Het rendier

In het gebied waar het rendier leeft, is het vaak erg koud. Daarom heeft het rendier in de winter een dikkere vacht. Een rendier trekt veel rond op zoek naar voedsel.
Ze eten alleen maar planten. Gras en mos is hun lievelingseten. Dat doet hij in een kudde van soms wel honderdduizend dieren! In de winter trekt de kudde naar het dal, waar de sneeuw niet bevroren is. Tijdens deze trektocht steekt het rendier brede rivieren en zelfs hele zeearmen over. Je zou het misschien niet denken, maar een rendier kan heel goed zwemmen. Als het rendier het water moet oversteken, is zijn vacht een soort zwemband. Er zit namelijk zoveel lucht tussen de haren dat het rendier gewoon naar de overkant drijft.

Rendieren zijn erg belangrijk voor de bewoners van Lapland. Ze eten het rendiervlees en van de huid van het rendier worden kleding, schoenen en dekens gemaakt. De rendierkoeien worden gemolken en van de melk wordt kaas en boter gemaakt. Van het gewei worden messen en spullen voor in het huishouden gemaakt. En de rendieren worden gebruikt om sleden te trekken. Zoals bij de kerstman.
![]() Dit rendier kalfje is pas een paar dagen oud. Maar hij kan nu al harder lopen dan een mens. Knap he? |
|
Het rendier is de enige hert waarbij ook de vrouwtjes een gewei hebben. Bij de mannetjes wordt dat gewei overigens wel een stuk groter. Aan het gewei zit altijd een kenmerkende naar voren gerichte tak. De hoeven hebben wijd gespreide tenen waardoor ze in drassige grond of in sneeuw minder snel wegzakken.
De trek van de rendieren is beroemd. In sommige streken maken ze in langgerekte kuddes twee keer per jaar een tocht van ruim 1000 km.
